'Sudden death' overlijdensverzekering

Het erfrecht en de financiële impact bij het overlijden van een partner kwam al aan bod in de vorige editie van ’t nieuwsje. Vooral bij wettelijk of feitelijk samenwonenden worden de gevolgen onvoldoende onderkend. We hebben toen gesuggereerd dat een overlijdensverzekering afsluiten één van de mogelijkheden was voor samenwonende paren om elkaar financieel te beschermen. Ondanks de vele voordelen wordt er vaak nog te weinig gebruik van gemaakt.

We sommen nog even de belangrijkste voordelen op:
• Het uitgekeerde kapitaal komt niet in de nalatenschap terecht (geen successierechten).
• Schuldeisers kunnen er geen beslag op leggen.
• Mogelijkheid tot aanduiding van een begunstigde aan wie het verzekerde kapitaal wordt uitgekeerd.
• Mogelijkheid om de verzekering op 2 namen af te sluiten.

Er zijn meerdere mogelijkheden om een overlijdensrisico te verzekeren. De meest gekende is de schuldsaldoverzekering voornamelijk gekoppeld aan een hypotheeklening. Iedereen die een woning koopt of bouwt met een hypotheek krijgt hiermee te maken. Maar ook zonder hypotheeklening kan er behoefte zijn om een overlijdensverzekering af te sluiten, denk maar aan de successieverzekering om hoge successierechten te betalen.

Schenkingen

Een deel van het vermogen bij leven wegschenken is een oplossing om de hoge successiebelasting te vermijden.

In Vlaanderen bedragen de schenkingsrechten op het roerend vermogen 3% voor echtgenoten en samenwonenden en 7% voor andere erfgenamen.

Anderzijds is registratie van de schenking niet verplicht en kan men dus perfect een hand- of bankgift doen zonder schenkingsrechten te betalen. Men kan ook schenken via een Nederlandse notaris, ook in dat geval zijn er geen schenking

Bij een ernstige langdurige ziekte is er meestal voldoende tijd om de nodige voorzorgen te nemen. Als de schenker plots overlijdt door een aandoening of een ongeval liggen de kaarten anders.

In zo’n geval kan een schenkings- of successieverzekering een oplossing bieden. U berekent hoeveel schenkingsrechten of successierechten de begunstigde moet betalen als u binnen de 3 jaar zou overlijden. Dat bedrag verzekert u via een overlijdensverzekering op uw hoofd met een looptijd van 3 jaar. Belangrijk is wel dat de polis op naam van de begunstigde (begiftigde) wordt onderschreven en dat de premie door de begunstigde wordt betaald.

Een voorbeeld maakt dit duidelijk:
U bent 60 jaar en schenkt een roerend vermogen van 500.000 euro aan uw kind. In dat geval bedragen de schenkingsrechten 15.000 euro. U beslist echter om de schenking niet te laten registreren zodat u geen schenkingsrechten betaalt. Als u binnen de 3 jaar overlijdt, zullen de successierechten ongeveer 90.000 euro bedragen.

Met een klassieke overlijdensverzekering, waarbij alle oorzaken (ongeval, ziekte) van het overlijden verzekerd zijn, zal u gedurende 3 jaar jaarlijks ongeveer 1.000 euro betalen. In totaal 3.000 euro.

'Sudden Death'-verzekering

Als u geen volledige overlijdensverzekering wenst maar daarentegen een oplossing zoekt tegen een plots en onvoorzienbaar overlijden kan u ook opteren voor een veel goedkopere oplossing: de ‘sudden death’-verzekering.

In tegenstelling tot een traditionele overlijdensverzekering, waarbij u voor alle oorzaken verzekerd bent, is de ‘Sudden death’-polis beperkt tot een plots overlijden door een ongeval of ten gevolge een aantal in de polis opgesomde aandoeningen. Zelfdoding of gevaarlijke sporten (gevechtssporten, diepzeeduiken, alpinisme en alle vliegsporten) zijn uitgesloten.

Onder plotse aandoening wordt verstaan: “de aantasting van de gezondheid van de verzekerde die niet van accidentele aard is, maar een plots en onvoorzienbaar karakter heeft, waarvan de oorzaak buiten de wil van de verzekerde ligt”.

Het overlijden aan de gevolgen van een ongeval moet plaatsvinden binnen de 12 maanden na het ongeval. Bij een plotse aandoening moet het overlijden binnen de 6 maanden na de diagnose plaatsvinden.

Enkel volgende aandoeningen die in de bijzondere voorwaarden vermeld zijn worden verzekerd :
• Acute meningitis (hersenvliesontsteking)
• Encefalitis (ontsteking van het hersenweefsel)
• Acute hepatitis (leverontsteking)
• Acute pancreatitis (alvleesklierontsteking)
• Aneurysma aan aorta (hartslagaderbreuk)
• Hersenaneurysma (hersenbloeding)
• Longembolie
• Myocardinfarct (hartinfarct) zonder voorafgaande oorzakelijke antecedenten
• Acute myocarditis (hartspierontsteking)
• Buikvliesontsteking

Premie

Zoals ook bij elke levensverzekering is de premie van een ‘sudden death’-verzekering afhankelijk van de leeftijd van de verzekerde.

Uitgaande van dezelfde verzekerde bedragen zoals hierboven vermeld bij de klassieke overlijdensverzekering zal een 60-jarige verzekerde slechts een jaarpremie van 333 euro betalen. Over een periode van 3 jaar is dat net geen duizend euro, één derde van de premie voor een klassieke overlijdensverzekering.

Besluit

De goedkope ‘sudden death’-verzekering is een goed alternatief voor zij die de klassieke overlijdensverzekering te duur vinden. De verzekerde (schenker) is weliswaar enkel verzekerd voor een onverwachts overlijden door een ongeval of plotse aandoening, maar de premie is nog altijd veel goedkoper dan een geregistreerde schenking.

Zoals hierboven reeds vermeld, dient de begiftigde de polis zelf af te sluiten en de premie te betalen om successierechten op de uitkering te vermijden.

Ook nog even benadrukken dat de voormelde premie berekend werd op basis van een gunstige medische acceptatie. De verzekerde zal, net zoals bij een klassieke levensverzekering, een beperkte medische vragenlijst moeten invullen en ondertekenen.

Misschien is uw interesse in dit verzekeringsproduct gewekt, maar zit u nog met onbeantwoorde vragen.

U zoekt wellicht naar een pasklare oplossing voor uw situatie waarbij familiale omstandigheden, tradities of persoonlijke voorkeur een rol spelen. Het is onze taak u hierin bij te staan en u te adviseren.

Om het vertrouwelijke karakter te waarborgen, hebben wij een uniek e-mailadres gecreëerd successieverzekering@marcel-caenen.be om uw vragen in te sturen.

Wij nemen nadien contact op met u voor een persoonlijk gesprek.


Nieuwe wet of Bouwplaatsrisico's?

De nieuwe wet Peeters-Borsus: verzekeringsplicht voor de bouwsector

Dat Vlamingen met een baksteen in hun maag zijn geboren is algemeen bekend. In de drang naar een nieuwe woning wordt vaak voorbijgegaan aan de risico’s tijdens het bouwproces. De bouwheer (opdrachtgever van architect en aannemer) handelt met verschillende partijen: architect, aannemer en onderaannemers, bouwpromotor, studiebureel, veiligheidscoördinator, e.d. Tijdens het bouwproces kunnen er technische problemen opduiken: foute materialen, schade door externe oorzaken, diefstal, onvoorspelbare weersomstandigheden, … De financiële risico’s zijn dan niet te onderschatten.

De 10-jarige of decenale verzekering ving die risico’s enigszins op

Tot nu toe was de architect als enige bouwpartner wettelijk verplicht om zijn beroepsaansprakelijkheid te verzekeren. Bij schade werd dan ook vaak bij hem aangeklopt. Daar komt binnenkort verandering in. Vanaf 1 juli 2018 worden ook de andere bouwpartners, zoals de aannemer en de studiebureaus, verplicht om hun 10-jarige aansprakelijkheid te verzekeren. Het doel van de nieuwe wet (wet Peeters) is enerzijds een betere bescherming bieden aan de bouwheer, maar anderzijds ook de architect niet langer als enige te verplichten om de 10-jarige aansprakelijkheid te verzekeren.

De Raad Orde van Architecten legt sinds 1985 hun leden een deontologische verplichting op om een BA-verzekering af te sluiten. Directe aanleiding hiervan was de instorting van een vleugel van een meisjesschool in Kortrijk op 21/11/1984. Voor de gevolgen van die instorting, waarbij twee kinderen verongelukten, werd de architect persoonlijk aansprakelijk gesteld. Vanaf 2007 werden architecten wettelijk verplicht zich te verzekeren. Die maatregel was ook nu weer een direct gevolg van een ramp, namelijk de gasontploffing in Gellingen op 30 juli 2004 waarvoor de architect medeverantwoordelijk werd geacht.

Op wie is de wet van toepassing?

Aannemers, hun aangestelden en onderaannemers, van eengezinswoningen of appartementen in België gelegen en waarvoor de tussenkomst van een architect verplicht is.
Architecten voor in België uitgevoerde werken en geleverde prestaties.
Studiebureaus die voor rekening van een derde immateriële diensten verrichten voor in België gelegen woningen en waarvoor de tussenkomst van een architect verplicht is.
• Op de hiervoor vermelde partijen bij wie de 10-jarige aansprakelijkheid in het gedrang kan komen ten gevolge van handelingen die beroepshalve op in België gelegen woningen verricht worden.

Wat moet verzekerd worden?

Onder verzekering van de decenale aansprakelijkheid wordt bedoeld de aansprakelijkheid vermeld in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek, voor de duur van 10 jaar vanaf de oplevering van de werken en geldt voor de volgende gevaren:
Soliditeit (aantasting van duurzaamheid).
Stabiliteit van het gebouw.
Waterdichtheid die de soliditeit ofstabiliteit in gevaar brengt.

Voorbeelden hiervan zijn instortingen, zware uitzetting funderingen en waterdichtheidsproblemen die de soliditeit van het gebouw aantast. De tienjarige aansprakelijkheid geldt niet tijdens de ontwerp- en bouwfase alsook voor lichte verborgen gebreken (akoestiek, mosvorming, blaasvorming van vloeren, verkleuring gevels, condensatie en scheuren door zetting van de materialen.

Wat wordt niet verzekerd?

• Schade ingevolge radioactiviteit.
• Schade van esthetische aard.
• Zichtbare schade die gekend is op het moment van de voorlopige oplevering of rechtstreeks volgend uit fouten, gebreken of wanprestaties gekend bij de voorlopige oplevering.
• Materiële en immateriële schade < 2.500,00 euro. Dit bedrag is gekoppeld aan de Abex index (1e semester 2007 = 654).
• Meerkosten die het gevolg zijn van wijzigingen en/ of verbeteringen aan de woning na een schadegeval.

Juridisch deskundigen hebben wel vragen bij de nieuwe wet. Merkwaardig is dat in de nieuwe wet Peeters de verzekeringsplicht voor de architect beperkt wordt enkel voor fouten die de stevigheid van een gesloten ruwbouw van woningen in gevaar brengen. Zijn verzekeringsplicht wordt dus begrensd.

Daarentegen zullen de andere bouwactoren (aannemers, onderaannemers, studiebureaus, en hun aangestelden) voortaan eveneens verplicht worden om zich te verzekeren. Als iedereen zijn eigen polis heeft, zullen complexe geschillen niet uit te sluiten zijn. Het is dan ook maar de vraag of de doelstelling van de nieuwe wet, een betere bescherming voor de bouwheer, zal worden gerealiseerd.

Omdat alle betrokken partijen moeten bewijzen dat ze verzekerd zijn, zullen de verzekeraars een attest afleveren. De architect zal controleren of de attesten aanwezig zijn en deze overhandigen aan de bouwheer/eigenaar van het gebouw die ze zal bewaren. Bij overdracht van het gebouw moeten ze aan de nieuwe eigenaar worden overgedragen. Voor wie geen verzekering vindt, wordt er een tariferingsbureau opgericht. Voorwaarde is wel dat een aanvraag minstens door drie verzekeraars is geweigerd. Hogere risico’s of wanbetalers krijgen hierdoor nog de kans om zich te verzekeren.

ABR (Alle Bouwplaatsrisico’s en 10-jarige aansprakelijkheid)

Als u toch twijfelt aan de deugdelijkheid van de nieuwe wetgeving kan u als bouwheer het bouwrisico beperken door zelf een ABR-verzekering af te sluiten. U vermijdt dan complexe geschillen en lange procedures. Bovendien bent u als bouwheer ook verantwoordelijk voor schade die betrekking heeft op art. 544 van het B.W. (burenhinder ). Indien uw werkzaamheden het genot van uw buren verstoren (hinder, scheuren, barsten, waterinfiltratie, e.d..) bent u gehouden om de schade te vergoeden of te herstellen.


Download onze app MyBroker!

Dankzij MyBroker kan u 24/24 uw dossier, contracten en schadegevallen raadplegen of documenten elektronisch ondertekenen via uw smartphone of tablet.


Gratis verkrijgbaar!


Zomerakkoord

Deze zomer bereikte de regering een akkoord over een massa maatregelen omtrent fiscaliteit, competitiviteit en werk, armoedebestrijding, digitalisering van de overheidsadministratie, begroting, pensioenen … Kortom, heel wat maatregelen. Zes maanden later is nog steeds niet alles uitgeklaard. Vandaag willen wij enkele belangrijke punten aanstippen.

1) Opbouw extralegaal pensioen via extra pensioensparen en POZ

Het zomerakkoord bevat heel wat intenties zonder dat concreet vertaald werd hoe deze maatregelen uitgevoerd gaan worden. Zo wachten we ook op de verdere invulling van de POZ = pensioenovereenkomst voor zelfstandigen. De wijziging aan het pensioensparen is wel bekend, maar doet onze wenkbrauwen fronsen. Extra pensioenopbouw is zeker aangewezen, daarvan is vandaag iedereen overtuigd. Maar hoe pakt u dit dan aan?

PARTICULIER: stel u doet nu pensioensparen voor 940 euro, dan genereert dit een fiscaal voordeel van 282 euro + gemeentebelasting. Vanaf 2018 krijgt u de optie om 1.200 euro pensioensparen te doen en hierdoor betaalt u 300 euro + gemeentebelasting minder in de personenbelasting. U dient 260 euro extra te sparen voor een extra fiscaal voordeel van 18 euro + gemeentebelasting. Dit is o.i. enkel interessant als u een absolute garantie hebt dat uw pensioensparen een veel hoger rendement/intrest genereert dan uw klassieke spaarmiddelen. Hiervoor zijn andere en meer soepele spaarvormen mogelijk waarvoor u ons best kan contacteren. U dient bovendien op te letten: stel dat u meer dan 940 euro spaart maar minder dan 1.128 euro, dan doet u fiscaal verlies… Gelukkig is in een iets verder verleden de taxatie op pensioensparen gedaald van 10 naar 8%.

ZELFSTANDIGEN: zonder vennootschap kunnen momenteel genieten van het VAPZ beperkt tot 8,17% van hun geïndexeerd inkomen van 3 jaar geleden en afgetopt op 3.127,24 euro voor 2017 (of 9,40% of 3.520,77 euro voor het sociaal VAPZ). Deze bedragen zijn merkelijk lager dan de pensioeninvestering die een zelfstandige kan doen indien hij zaakvoerder is van een vennootschap.

Deze ongelijkheid wil de regering wegwerken en daarom zal een zelfstandige zonder vennootschap een Pensioen Overeenkomst voor Zelfstandigen of POZ kunnen onderschrijven. De berekening zal quasi identiek gebeuren zoals bij zelfstandige bedrijfsleiders van een vennootschap: maximum 80% van het belastbare inkomen (gemiddelde van 3 laatste jaren) min het wettelijk pensioen. Zodra alle gegevens bekend zijn over de KB’s zullen wij u zeker verder informeren. Het belastingvoordeel zelf zou 30% + gemeentebelasting bedragen en de eindtaxatie op pensioenleeftijd zou beperkt zijn tot 10%.

Heeft u nog vragen omtrent de mogelijkheden om iets te doen voor uw pensioenopbouw, dan kunt u ons steeds vrijblijvend contacteren.

2) Vennootschappen

Zowel de personenbelasting als de vennootschapsbelasting werden onder de loep genomen. Vanaf 2018 daalt de vennootschapsbelasting naar 29 % om in 2020 te dalen naar 25%. Voor KMO’s daalt dit naar 20% op de eerste schijf van 100.000 euro. Deze maatregel zou budgetneutraal moeten zijn zodat de daling van deze inkomsten gecompenseerd zal worden met het schrappen van aftrekposten: een minimumbelasting voor bedrijven met een winst van +1.000.000 euro, degressieve afschrijving zal niet langer kunnen, notionele intrestaftrek geldt enkel nog bij kapitaalverhogingen, bij verkoop van aandelen zal een meerwaardebelasting aangerekend worden, extra roerende voorheffing bij uitkering van reserves en beperking van aftrek van intresten op lening. Vanaf 2020 zal op in België gemaakte winsten eerst een minimumbelasting betaald worden alvorens deze centen naar een buitenlandse vestiging worden overgemaakt.

3) Personenbelasting

De taks van 0,15% op de effectenrekening voor het saldo boven 500.000 euro heeft al heel wat stof doen opwaaien. Hoe deze maatregel nu concreet ingevoerd gaat worden is nog steeds het onderwerp van veel politieke discussie. Enerzijds is er een daling van de vrijstelling roerende voorheffing op spaargeld tot 940 euro (voorheen 1.880 euro) en anderzijds is er een gedeeltelijke vrijstelling van de 30% roerende voorheffing voor de eerste schijf van 627 euro dividenduitkering op aandelen (= winst van 188,10 euro). Pensioenspaarders kunnen voortaan kiezen uit twee formules: de bestaande formule van 940 euro met 30% belastingvermindering of de nieuwe formule van 1.200 euro met 25% belastingvermindering.

Helemaal nieuw is het 500 euro/maand of 6.000 euro/jaar bijklussen mits het vervullen van heel wat voorwaarden. Je dient minimum een viervijfdebaan te hebben of gepensioneerd te zijn. Het gaat over inkomsten uit vrijetijdswerk (trainer, verzorger,… in sportclub, Uber Taxi,…) of specifieke functies in de non-profitsector. De flexi-jobformule uit de horeca, gekoppeld aan de witte kassa kan ook gebruikt worden in de detailhandel: bakkerijen, slagerijen, … Wie als particulier wil beleggen in groeibedrijven, zal tot 45% van deze belegging kunnen aftrekken in de personenbelasting (concrete informatie ontbreekt tot heden).

Hoe de nieuwe riante bonus voor werknemers er gaat uitzien, weten we nog niet en zal een aanvulling zijn op het bestaande systeem van de collectieve loonbonus (maximaal 3.255 euro). De nieuwe winstpremie zal flexibel toe te kennen zijn en het bedrag kan oplopen tot max 16.600 (!) euro. Ook zelfstandigen kunnen een extra verwachten: uitkering ziekte na 14 dagen i.p.v. na één maand en de mogelijkheid om een volwaardig aanvullend pensioen op te bouwen te vergelijken met de groepsverzekering van ondernemers met een vennootschap (POZ).

Vragen? Contacteer ons vrijblijvend voor meer info.