Huuraansprakelijkheid
Waarom moet u als huurder ook een brandverzekering afsluiten?
Waarom het meer dan raadzaam is om bij de aanvang van een huurovereenkomst tevens een brandverzekering te onderschrijven kan u in deze rubriek vernemen.
In artikel 1732, 1733 en 1735 van ons wetboek staat immers dat de huurder aansprakelijk is voor de schade of brand die gedurende de huurtijd is ontstaan. De wetgever belast de huurder dus met een vermoeden van aansprakelijkheid. De huurder zal moeten bewijzen dat de brand niet door zijn schuld is ontstaan. Hij moet dus een externe oorzaak aantonen; v.b. een gebrek in de bouw of overmacht. Hij is tevens verantwoordelijk voor de schade die door zijn huisgenoten of zijn onderhuurder werd veroorzaakt.
Op basis van de hierbovenvermelde wetgeving heeft ook de verzekeraar van de eigenaar-verhuurder het recht om het schadebedrag dat zij uitgekeerd heeft aan de verhuurder terug te vorderen van de huurder. De polis, van de huurder, dient dus om zijn aansprakelijkheid te verzekeren, vandaar de naam “huurderaansprakelijkheid”. Hij moet immers, op het einde van de huurovereenkomst, het gehuurde pand ongeschonden teruggeven.
Naast de huurder moet ook de eigenaar zijn verhuurd pand verzekeren. Zijn eigendom kan, door bliksem, een overslaande brand of een gebrek in het gebouw, beschadigd worden. In dat geval kan de huurder niet aansprakelijk gesteld worden. De huurder is volgens de wet gehouden tot het betalen van de werkelijke waarde van het gehuurde goed. De verzekeraar zal dus bij ieder schadegeval rekening houden met sleet. De verzekeraar van de eigenaar daarentegen zal vergoeden in nieuwwaarde, deze zal geen rekening houden met sleet.
De premie voor een verzekering huurderaansprakelijkheid is goedkoper dan de verzekering van de eigenaar. Dit is logisch omdat deze polis enkel de aansprakelijkheid van de huurder dekt.